De longarts staat vandaag op het programma.
Ik zie er al een week tegenop maar vandaag is het zover. Merijn kust me wakker ‘Goedemorgen schatje, ik heb ontbijt voor je gemaakt!’ de lieverd.
Dit was een korte nacht. Veel te kort. Ik ben nog moe als ik opsta, dat gebeurt wel vaker maar het went nooit. Ik heb een ochtendhumeur, een goed begin van de dag!
De longarts staat vandaag op het programma. Ik twijfel even om af te bellen omdat ik zo moe ben maar ik doe het niet. Ik heb klachten dus het is belangrijk om te gaan.
Mijn moeder past vandaag op James, Merijn werkt en dus rijd ik alleen aan. Er ligt een boterham op de bijrijdersstoel, drinken en kauwgom ligt erbij, volume staat open en reis kan beginnen.
Routinewerk voor een vaste patiënt.
Onderweg denk ik na over het feit dat ik straks vast weer een longfoto moet maken nadat ze bloed hebben afgetapt. Eigenlijk routinewerk voor een vaste patiënt in het ziekenhuis, vaak doe ik het op de automatische piloot maar vandaag niet. Ik heb er moeite mee dat ik weer naar het UMC moet. Gek eigenlijk, ik ga er zo vaak heen maar dat zal juist het probleem zijn..
Het is leeg in de parkeergarage en dat vind ik altijd prettig. Op een of andere manier zie ik dat als een teken dat er minder mensen in het ziekenhuis liggen dan wanneer de parkeergarage vol staat. Het zal wel iets te maken hebben met het bezoekuur maar ik vind de eerste gedachte leuker.
In de wachtkamer ben ik de jongste, zoals vaak. Het loopt 15 minuten uit voordat ik naar binnen word geroepen. Zij is duidelijk vrolijker dan ik ben, ze straalt. Dat komt vast omdat ze zwanger is. Ik vraag hoe het met haar gaat en of ze het geslacht al weet. Ik heb er zo’n hekel aan om alleen maar over mezelf te praten en inmiddels weet ik bij welke arts dit wel en niet kan.
Waar komen die ontstekingen vandaag?
Ik bespreek mijn klachten. Ik ben de afgelopen tijd vaak ziek, loop snel een longontsteking op en ieder griepje pik ik mee. Niet prettig en vooral niet als je een dreumes hebt rondlopen die ook nog niet de beste weerstand ever heeft.
Ze hoort mijn verhaal aan, stelt wat vragen en klopt op mijn gezicht. Huh, wat? Jep, nog nooit meegemaakt maar ook dit kan ik afschrijven van mijn ‘ik spaar onderzoeken in het ziekenhuislijst’. Ze klopt onder mijn ogen, voorhoofd en concludeert dat mijn holtes vol zitten.
Mijn longen lijken rustig maar ik moet voor de zekerheid, zoals altijd, een foto laten maken. Mijn bloeduitslagen zijn niet zo best, waar komen die ontstekingen vandaan? Mijn darmen? Mijn longen? Mijn gewrichten? Mijn liezen? of zijn het nu opeens mijn holtes?
We zijn het er in ieder geval over eens dat de medicijnen voor de astma de juiste zijn maar dat het wat frequenter moet. Prima, doen we. Ik krijg voor de zekerheid een antibiotica mee zodat ik die kan ophalen wanneer mijn klachten niet overgaan of erger worden. Ik wil geen antibiotica. Mijn darmen zijn daar absoluut niet blij mee, in mijn ogen is dat kiezen tussen welke klacht ik liever heb, maar wat moet dat moet!
Ik ga je doorsturen daar de KNO- arts.
‘Ik ga je doorsturen naar de KNO- arts die kan je verder onderzoeken. Er kunnen poliepen zitten!’
Ik houd me sterk maar van binnen huil ik.
Er wordt dan een neusendoscopie uitgevoerd. Ze gaan met een slangetje wat verder je neus in kijken!’
Ik huil van binnen steeds harder. Ik heb hier geen zin in. Ik wil niet nóg een arts. Ik dacht dat de dermatoloog, reumatoloog, oogarts, ergotherapeut, MDL- arts en de longarts wel genoeg waren. Niet dus. Een KNO- arts komt erbij. Zucht!
We schudden elkaar de hand, maken een belafspraak voor volgende week en ik wens haar vast succes met de bevalling.
Als een verdrietige zombie loop ik naar de bloedafname. In de wachtkamer stroop ik alvast mijn rechtermouw omhoog. Normaal klets ik gezellig met de bloedprikkers maar deze keer niet. Ik ga zitten, maak vast een vuist en kijk naar de blauwe plekken op mijn arm die er nog zitten van vorige week. De stoelen staan daar zo gedraaid dat ze beter bij je linkerarm kunnen dus ik begin weer met mijn eeuwige riedeltje: ‘Rechts is beter te prikken. Links is vaak lastiger te vinden maar als jij liever mijn linkerarm prikt, ook goed!’.
Nog even een longfoto maken..
Gefixt. Door naar de radiologie voor een longfoto. Ondertussen app ik mijn moeder hoe het met James gaat. Ik krijg een heerlijke foto toegestuurd. Wat fijn, het gaat goed met mijn kleine grote vriend.
De assistent roept mijn naam en vraagt of ik mijn bovenkleding uit wil doen. Terwijl ik net zit te bedenken of iemand ‘nee’ op die vraag zou antwoorden zegt ze plots: ‘Oh sorry, mijn collega neemt het over, mijn pieper gaat af. moment’. Er verschijnt een mannelijke verpleegkundige ‘Sorry, vindt u het erg..’ Nee, maak die foto maar snel want ik krijg het koud. Ik stond al 5 minuten in mijn halve naakie.
Vandaag ben ik verdrietig, boos en bang!
We zijn twee uur verder. Ik mag weer naar huis. Eindelijk! In de auto rollen de tranen over mijn wangen. Wanneer stoppen al die ziekenhuis afspraken nou eens? Ik denk nooit. Het hoort bij mijn leven en dat moet ik accepteren. Dat lukt overigens best goed hoor maar eens in de zoveel tijd komt alles eruit. Iedere keer slechte uitslagen, nieuwe artsen, andere onderzoeken en dan die talloze medicijnen, pff. Het houdt niet op, niet vanzelf!
Thuis huil ik nog even lekker verder in de armen van mijn moeder en Merijn. Het moet er even uit. Op zulke momenten voel ik me alleen en dat terwijl ik misschien wel de liefste familie om me heen heb die me altijd steunt.
Ik ben alleen degene die altijd alles moet ondergaan, positief moet blijven en iedere dag opstaan met een lach. Niks moet maar zo voel ik dat normaalgesproken ook oprecht. Vandaag niet, vandaag ben ik verdrietig, boos en bang maar dat geeft niet ook dat zijn emoties die je mag hebben, voelen, ervaren om het daarna weer los te kunnen laten en een plekje te geven.
Morgen gaat het vast beter, morgen ben ik vast minder moe, morgen.