even bloedprikken infuus
De ziekte van crohn &zo

Even bloedprikken!

Afgelopen vrijdag kreeg ik buikpijn. Tja, dat heeft iedereen wel eens dus ik besloot het even af te wachten. Als crohn patiënt merk je snel genoeg of het een buikgriep is of toch de crohn. Zo kreeg ik steeds meer krampen, vaker naar het toilet, koorts en nu houd ik niets meer binnen. Pff, toch niet weer? Jawel, alweer! Afgelopen maandag direct gebeld naar het UMC en na een aantal vragen beantwoord te hebben kon ik gelijk dinsdag terecht.

Samen met Merijn vertrokken we naar het UMC. De vorige keren nam ik mijn ziekenhuistas niet meer mee, het was niet nodig, vond ik. Deze keer had ik er een slecht gevoel over en besloot de tas, ingepakt en wel, mee te nemen. Aangekomen in het UMC moest ik natuurlijk direct naar het toilet en toen ik van het toilet af kwam stond Merijn al bij de kamer van ‘mijn’ arts te wachten. Dat is snel.. Lees verder

kun je van prednison diabetes krijgen?
De ziekte van crohn &zo

Wordt Methotrexaat mijn nieuwe medicijn?

Een iets wat bruine ochtend..

Eindelijk, maandag 23 december is aangebroken en het allerlaatste ziekenhuisbezoek in 2013 is een feit. Ik moet vandaag naar de reumatoloog. De ‘gewoonlijke’ controle en ik krijg de uitslag van de foto’s die de laatste keren zijn gemaakt van mijn handen, voeten en bekken. Ik verwacht er niet veel van. Ik ben niet zenuwachtig. Ik zou eerder zeggen, licht gespannen. Je wil nooit een vervelende uitslag maar nèt voor kerst lijkt me het extra vervelend.

Ik moest een buisje- poep inleveren en dat was een heel geklungel. Ik zal jullie de details verder besparen maar ik had geen ontlastingsbak meegekregen en aangezien ik ’s ochtends wakker wordt moet rennen naar het toilet, was er lichte paniek toen ik zelf nog een ontlastingsbak in elkaar moest vouwen met verhuisdozen. Na mijn onverwachtse creatieve, iets wat bruine ochtend, ben ik klaar om te gaan.

Mijn gewrichten blijven ontstoken terwijl ik Humira spuit.

Ik meld mezelf bij de balie en neem plaats in de wachtruimte. Een wachtruimte vind ik altijd zo vervelend maar deze is iets luchter. Een grote ruimte waar je overigens goed in de gaten kan houden wie er een geslachtsziekte heeft bij het loket tegenover ons.

Mijn arts ziet dat ik redelijk goed loop zonder krukken of rolstoel. Ik gaaf meteen aan dat het best goed gaat. Ik laat mijn rolstoel staan, doe iedere dag netjes mijn oefeningen en ik ga drie keer per week naar de fysio. Ik vertel dat ik wel twee keer een ontstoken gewricht heb gehad, de foto’s die ik hiervan had gemaakt, laat ik zien.

Het beeld van mijn darmen is momenteel niet juist.

Mijn darmen zijn onrustig, mijn oog wordt af en toe rood en mijn huid wordt er ook niet mooier op. Ik lucht mijn hart over het feit dat ik niet zeker ben dat zij mijn darmen goed hebben gekeken.

Bij het eerste endoscopie onderzoek, kwam de slang niet verder dan 60cm, de artsen hebben daarna via een MRI- svan gekeken naar mijn dunne darm en met een gastroscopie in mijn slokdarm, maag en twaalfvingerige darm.

De ziekte van Crohn heeft altijd in mijn dikke darm gezeten. En ze hebben pas 60cm kunnen bekijken van mijn dikke darm. Hier heb ik mijn twijfels over en mijn reumatoloog bevestigd dit.

Methotrexaat mijn nieuwe medicijn?

Ik ga de situatie bespreken met de oogarts en de MDL- arts. Je moet naar mijn idee toch een TNF- blokker gebruiken. Het liefst Methotrexaat. Dit medicijn gaf de MDL- arts liever niet aan jongere vrouwen omdat dit betekend dat je absoluut niet zwanger mag worden of zelfs minder vruchtbaar zou zijn.

Op dit moment is er geen dringende kinderwens. Ik vind het prima. Ik wil zo snel mogelijk dat alles rustig is. Methotrexaat is niet mijn favoriete medicijn. Ik zal dit later bespreken met de mijn arts.

Het is eindelijk klaar voor dit jaar, ik heb ziekenhuis- vakantie!

gastroscopie zonder roesje
De ziekte van crohn &zo

Gastroscopie zonder roesje!

Alle onderzoeken van dit jaar!

Het is alweer een tijdje geleden dat ik een blog schreef maar dat betekend helaas niet dat ik geen afspraken heb. Iedere dag moet ik wel ergens heen en dus iedere dag word ik geconfronteerd met mijn ziekte(s). Ik moet óf naar de fysio óf naar Blixembosch óf naar..
Afgelopen woensdag had ik een gastroscopie op de planning staan. Dit was het allerlaatste onderzoek van 2013 en dan heb ik geloof ik bijna alles gehad:’mijn’ psycholoog óf ik heb een afspraak/onderzoek/uitslag in een van de twee ziekenhuizen.

Ik vind het niet erg hoor, het is immers voor een goed doel maar ik ben er nu wel klaar mee! Ik zal enorm blij zijn als ik aankomende maandag mijn laatste ziekenhuis afspraak heb en daarmee het ziekenhuisproces van 2013 naast mij neer kan leggen. Pff, ik werk dan wel niet meer maar het voelt toch alsof ik vanaf maandagavond ook een beetje vakantie heb! één weekje maar hoor want vanaf 7 januari begint alles weer 🙂

MRI-scanCT-Scan
Dexa-Scanfoto’s maken
Endoscopie
GastroscopieOogechoECG-scan
Narcose tandarts
Electrofysiologie
Gezichtsveldonderzoek
Ontlasting kweek
BloedonderzoekPsycholoogFysiotherapie

Ik verbrand al mijn ziekenhuis afspraken.

Vanaf augustus 2013 t/m aankomende maandag heb ik 38 ziekenhuisbezoeken achter de rug in het UMC én dan vanaf januari t/m augustus 24 ziekenhuisbezoeken in omgeving Geldrop. Waarom weet ik dit zo precies? Nou, ik heb ze geteld, bewaard én gekopieerd zodat ik ze met oud en nieuw allemaal kan verbranden! 🙂 Tja wat zal ik zeggen? Ik zal d’r wel sterker uitkomen of zoiets.

Het begon dinsdagavond. Ik werd zenuwachtig maar gelukkig had ik afleiding bij mijn ouders. We speelde Kolonisten van Katan, het werd later en later en ik mocht vanaf 00:00 niets meer eten, drinken of roken i.v.m het onderzoek, gelukkig won Merijn om 23:45 en

reden we snel naar huis. Ik wilde in slaap gevallen zijn voor ik dorst zou krijgen ^^ en dat was gelukt. Of ja, ik lag in ieder geval in bed en struinde Google af naar: ervaringen gastroscopie. Dom, dom, dom want op internet lees je vaak horror verhalen en iedere situatie is anders, je gaat je zorgen maken om iets wat ‘misschien’ wel mee gaatvallen. Want je zorgen maken is de verkeerde kant op fantaseren!

Onderweg naar het ziekenhuis!

07:45 reden wij (mijn moeder en ik) aan naar het UMC. De afspraak stond gepland om 09:55 maar we reden extra vroeg aan i.v.m files op de weg. Al zingende reden we de parkeergarage in, heerlijk die afleiding. We liepen naar dezelfde afdeling waar ik de vorige

keer het endoscopie- onderzoek had gehad, de plek waar ik het liefst nooit meer wilde komen maar goed, wat moet dat moet! We namen plaats in de wachtkamer.
Wachtkamers zijn écht verschrikkelijke ruimtes.. je zit daar, zenuwachtig te zijn en te wachten tot je eindelijk naar binnen wordt geroepen, tussen de zelfde zenuwachten- mensen dus ’t stinkt daar zoiezo naar zweet, het is klein en benauwd en als je naar het toilet moet, moet je altijd nadenken of dat wel slim is, want misschien roepen ze je naar binnen terwijl jij nog op het toilet zit. Dan liggen daar van die ‘leuke’ boekjes van minstens een half jaar oud, allemaal oud nieuws zoals ‘Prins Friso is overleden’ of je leest juist boekjes met ziekenhuistermen en dan gaat het meestal over enge ziektes zoals kanker etc

en je wordt toch gedwongen iets te lezen want je bent aan het wachten en je hebt geen 3g verbinding om Candy Crush te spelen of om je Facebook statussen te bekijken.

Neem maar plaats op het achterste bed!

‘Mevrouw de Win?’
‘Ja!’
Ik was blij dat ik eindelijk uit die wachtkamer mocht lopen.
‘Neem dat achterste bed maar, ik kom er zo aan’
Ik trok mijn schoenen uit en nam plaats op het achterste bed.. eigenlijk weer een soort van wachtruimte maar dan met verschillende net- uit- narcose- mensen om je heen en dat is ook niet alles! Naast mij kwam een man te liggen die de gastroscopie nét achter de rug/keel had, hij trok zijn schoenen aan en liep weg. Hmm.. ik twijfelde al de hele ochtend of ik wel of geen roesje zou nemen. Mijn vader en Merijn vonden van wel en mijn moeder liet het aan mij over.

‘Zo dan gaan we nu het infuus aanbrengen’
Ik praat voor ik nadenk, dat heb ik van mijn moeder en dit was zo’n moment.
‘Nee hoeft niet, ik wil geen roesje’
‘Oh wat goed, de technieken zijn allemaal verbeterd dus het is goed te doen’

Liever een gastroscopie dan een coloscopie!

‘Hey Lonneke, ben je er weer?’ zei de assistente
‘Helaas wel’
‘Waar is je moeder?’
Tja, het endoscopie onderzoek verliep niet helemaal soepeltjes en ik eisten dan ook dat mijn moeder mee ging. Ik kan dat moeilijk uitleggen maar dat onderzoek is bij mij nog nooit pijnloos verlopen en als ik het heb over pijn, dan bedoel ik 40 minuten schreeuwen van de pijn. Ik heb daar ondanks mijn leeftijd écht mijn moeder of vader bij nodig. Zij denkt waarschijnlijk dat ik een kleinzerig persoon ben die voor alles bang is en het liefst bij ieder onderzoek de hand van mijn moeder vast houd. HA, dat is ook zo maar dát liet ik natuurlijk niet blijken. Nee, ik had mijn ademhaling goed ondercontrole en behalve mijn klamme handen was er niets aan mij te merken!
‘Mijn moeder zit de wachtkamer’

Aangekomen in ‘operatiekamer’ legt de assistente het onderzoek nog even uit en eindigt met:
‘Het komt wel goed, ik ga je steunen en je krijgt straks nog een roesje’
‘Ik wil liever geen roesje, want dan mag ik straks meteen naar huis toch? en het duurt niet zolang, of wel?
‘Klopt als je geen roesje neemt dan mag je direct naar huis en het onderzoek is zo afgelopen’
‘Wie doet het onderzoek eigenlijk?’
‘Dokter S, ken je die?’
‘Hmm.. Nee’
‘Had je liever een andere gehad?’
‘Ja, mijn eigen arts’
Niet omdat ik daar nou zo’n vertrouwensband mee heb opgebouwd maar misschien meer omdat ik wilde laten zien: ‘Kijk, ik kan ook gewoon normaal reageren bij ’n onderzoek’ Ik had het gevoel iets te moeten bewijzen.. 

Gastroscopie met of zonder verdoving?

De arts kwam binnen lopen en sprak Engels en gebrekkig Nederlands..
‘Ik kan nu geen Engels praten’ zei ik in het Nederlands
Hallo, ik was stik zenuwachtig en mijn Engels is ziezo al niet JE van HET, laat staan in deze situatie..

‘Lonneke, wil je een keelverdoving?’
‘Is dat slim?’
‘Het is echt heel vies maar het helpt wel tegen de pijn in je keel’
Ik vind het al heel stoer van mezelf dat ik geen roesje wilde dus besloot ik om die keelverdoving toch maar wél te doen. Ze spoot de keelverdoving achter in me keel en ze had niets te veel gezegd. Jeetje, het smaakt naar een chemische banaan en mijn keel werd direct dik, niet echt natuurlijk maar dat voelde zo.
De assistent legt mij in de juiste positie en ik wilde plotseling dol graag in die bezweette wachtkamer zitten, lekker veilig, bij mijn moeder!

‘Zullen we beginnen?’
‘Nee, want nu is mijn keel helemaal dik, daar past echt geen slang meer bij hoor’
‘Dat komt wel goed, we gaan rustig van start en ik houd je hand vast’
‘Gaat het?’
Nee natuurlijk niet, ik lig hier met een dikke keel, een ranzige smaak, klamme handen én er gaat zometeen een dikke slang door mijn keel naar mijn slokdarm, maag en twaalfvingerige darm.
‘Ja hoor’
‘Dan gaan we beginnen’
‘Nee wacht, ik wil mee kijken, kan dat?’
Ik was duidelijk aan het tijdrekken maar ik geloof dat ze dat niet door hadden.. Het scherm werd voor mijn neus geplaatst zodat ik alles goed kon zien.
‘Daar komt die’

Kokhalzen tijdens het onderzoek is normaal!

De slang werd door mijn keel geduwd, terwijl ik probeerde mijn ademhaling ondercontrole te houden kneep ik de hand van de assistent helemaal fijn.
‘Lonneke, haal eens twee keer diep ademen?’

Ik probeerde mezelf, door het kokhalzen heen, te consenteren op het scherm. Het leek alsof ik heel aandachtig mee keek maar mijn gedachte dwaalde af. Wat een oneerbiedig onderzoek is dit eigenlijk.. Je ligt in een positie dat je geen kant op kan en de eerste paar minuten geven het gevoel alsof je stikt.. Na die eerste paar minuten gaat het redelijk, de assistente legt uit waar de slang op dat moment is, geeft tussendoor complimentjes en zegt wat er te zien is.

‘Je doet het ontzettend goed, het is bijna klaar, we zijn al op de terug weg’
De terugweg is even vervelend omdat de slang moet draaien maar ‘pijn’ is een groot woord. Het is prima te doen en ik ben enorm blij als de slang eindelijk uit mijn keel wordt verwijderd.

Ik heb het goed gegaan. Viel het mee of tegen?

‘Je hebt het super goed gedaan Lonneke’
Ik knikte met mijn hoofd omdat ik moest boeren zodra ik ging praten.
‘Er zitten kleine ontstekingen in je slokdarm en daarom schrijf ik maagtabletten voor’
‘Oké, mag ik nu gaan?’ zei ik boerend.
‘Ja’

Ik was helemaal niet bezig met het feit dat er kleine ontstekingen te zien waren. Ik was meer bezig met het feit dat ik nu gewoon zonder gedoe naar huis mocht! Met een glimlach van oor tot oor liep ik met mijn schoenen half aan richting de wachtkamer. Mijn moeder sloeg haar arm om mij heen en zei: ‘Je bent er vanaf meid, ik ben trots op je!’ ik twijfelde nog om te gaan huilen maar ik besloot het niet te doen, ik vergat helemaal te zeggen dat er wat ontstekingen te zien waren maar gelukkig kwam de arts dit zelf ook nog even vertellen.

De ontstekingen zijn zo weinig dat ik dit eerst ga overleggen met jouw eigen arts’
‘Oke, dan gaan we nu lekker naar huis’
‘Ze heeft het heel goed gedaan, mevrouw!’
‘Ja, ik ben trots op haar!’ zei mijn moeder.
‘Nou is het genoeg met die complimentjes, we gaan!’
‘Bedankt hoor, Dag’
‘Dag’

In de auto op weg naar huis heb ik mijn moeder precies verteld hoe mijn slokdarm, maag en twaalfvingerige darm eruit ziet van binnen. Ik was zo ontzettend opgelucht en blij. Eindelijk naar huis, yes!
Nu, één dag na het onderzoek heb ik af en toe nog flinken buikkrampen. Maar over het algemeen gaat het prima!

Mijn pad gaat niet altijd over rozen, maar paardenbloemen zijn ook mooi ! 

gastroscopie
De ziekte van crohn &zo

Het gastroscopie onderzoek!

Niks is wat her lijkt.

Ik lig op het strand in Spanje. Het is prachtig weer en ik kijk over van de strak blauwe lucht naar de glinsterende lichte, bijna heldere zee. Net op het moment dat ik mezelf afvraag waarom ik hier alleen lig, zie ik Merijn in de verte aankomen lopen, hij heeft een mooie blauwe zwembroek aan en een stoere zonnebril op zijn neus.

We zwaaien naar elkaar. Het is net zoals in een film weet je wel? Je bent smoorverliefd, wat nog eens versterkt wordt door het heerlijke weer en je krijgt vanzelf een glimlach op je gezicht die je maar met moeite kan onderdrukken, wat je wel wil omdat je anders alleen maar lacht en als je alleen maar lacht dat vind HIJ je straks niet meer leuk en als die je straks niet meer leuk vind dan..

Ik zeg tegen mezelf dat ik even normaal moet doen, hij ging alleen maar even drinken halen én hij was nog geen 10 minuten weg. Handig zo’n man, die er alleen maar hoeft te zijn en jou daardoor een permanenten lach op je gezicht bezorgt. Hoe dichter hij in mijn buurt komt, hoe groter die glimlach wordt. Hij is er bijna en ik zie dat hij in zijn rechterhand een biertje vast heeft en met zijn linkerhand een glas wijn draagt, of andersom.. dat weet ik niet meer. Hij neemt plaats op onze zijn handdoek en buigt naar mij toe..

PPPPPPPPPPPPIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIEEEEEEEEEEEEPPPPPPPPPPPPPPPPPPPP

De wekker gaat.
Ik kijk op mijn telefoon om te zien hoe laat het is, 6:45 uur. Pff, ik zie dat Merijn al uit bed is en ik ga rechtop zitten.. anders val ik weer in slaap.. terwijl ik moeite doe om mijn ogen open te houden vraag ik me af waarom ik de wekker zo vroeg af ging. Owja, we moeten naar het UMC. Alweer? Jep.

09:30 komen we aan het in het UMC, wederom op de tweede verdieping én dit keer hoef ik geen krukken of rolstoel te gebruiken om naar binnen te lopen. Ik ben zenuwachtig maar ik houd me groot.
“Meld jij mij alvast?”
“Hoezo?”
“Ik ga toch nog even naar het toilet” (Al 3x geweest thuis)
“Doe ik, tot zo!”

Als ik klaar ben kan ik twee dingen doen. Of ik ga (zoals afgesproken) naar de wachtruimte of ik sms Merijn dat ik geen zin heb en dat ik weer naar huis wil gaan. Terwijl ik beide opties overweeg loop ik automatisch richting de wachtruimte. Op het moment dat ik toch besluit om Merijn te sms’en dat ik geen zin heb en naar huis wil gaan, sta ik naast hem in de wachtruimte en worden we al meteen naar binnen geroepen. Jammer.

Zoals altijd vraagt mijn MDL-arts hoe het gaat en ben ik genoodzaakt bijna altijd hetzelfde antwoord te geven. “Met mijn gewrichten gaat het een stuk beter, alleen met mijn ogen en darmen is het een drama” “Met mijn ogen, darmen én gewrichten gaat het echt klote” of “Met mijn oog gaat het een stuk beter, alleen mijn gewrichten en darmen zijn een drama” Ik kies voor het laatste antwoord.
Terwijl zij alles in de computer zet, vraag ik me af waarom ik eigenlijk wijn had besteld in mijn droom.. dat lust ik helemaal niet, ALS ik drink, ik bier. Hmm, ’t zal d’r wel leuker hebben uitgezien, denk ik.

Lichtelijke irritatie!

“De humira helpt niet meer, het lijkt net alsof je het niet hebt ingespoten”
“Nee, ik hoorde al zoiets van de oogarts en heb juist daarom nu twee filmpjes gemaakt zodat jullie kunnen zien dat ik écht mijn medicatie inneem”
“Ik geloof u wel hoor, mevrouw”
“Fijn”
“Het heeft in ieder geval geen zin meer om die spuit te zetten. Jouw lichaam heeft veel anti stoffen aangemaakt en daardoor doet de spuit niets meer. De ontstekingswaarde zijn er nauwelijks en als die er zijn komt dit van je oog of gewrichten af, het is waarschijnlijk geen actieve Crohn”
“Waarschijnlijk? ”
“We gaan binnen twee weken een Gastroscopie plannen zodat we kunnen kijken of er crohn in jouw maag zit. Dit zou jouw klachten kunnen veroorzaken.”
“Binnen twee weken?!!!!!!!”
“Is dat te lang voor u?”

Te lang? haha, eerder veelte kort! Ik moet me daar psychisch op voorbereiden maar ik besluit stoer te zeggen dat ik het prima vind.

Het gastroscopie onderzoek!

“Dan hebben we echt alles onderzocht”
“Ja.. ik kan er maar vanaf zijn” (Jeetje wat ben ik aan het liegen.. ik wil helemaal geen gastroscopie!
Flashback vanuit mijn boek uit 2009:
Helaas bleven de klachten aanhouden én wilde mijn MDL- Arts een Gastroscopie uitvoeren. Je weet wel, met een endoscoop. Een dunne flexibele slang die ongeveer de doorsnede heeft van een vinger. Ik kon alleen maar hopen dat de slang een doorsnede had van mijn vinger i.p.v. zijn vinger. Gelukkig werd het onderzoek direct dezelfde dag uitgevoerd én had ik geen kans om te google.


Ik lag licht gespannen op de onderzoekstafel te kijken naar allerlei ziekenhuis instrumenten toen de assistente van dokter R vroeg: ‘Lonneke heb jij een kokhalsreflex?’ ‘Nou, niet echt, maar ik denk dat iedereen dat wel heeft als er een dikke slang via je keel naar je maag word geduwd, niet?’ zei ik sinies. Achteraf kwam ik erachter dat ik beter ‘ja’ had kunnen antwoordde omdat ik dan een verdovingsdrankje had kunnen drinken. Goed, het onderzoek kon beginnen én de slang ging langzaam door mijn keel via mijn slokdarm naar mijn maag en twaalfvingerige darm. Als ik nog geen kokhalsreflex had, dan had ik dat nu wel, zoals ik al dacht.

‘Rustig ademen via je mond, Lonneke’ zei dokter R die het onderzoek zelf uitvoerde. Jij hebt makkelijk praten dacht ik, ik, die al last had van een aspirientje doorslikken moest nu een slang van zijn doorsnee vinger wegslikken! Via de gastroscoop moesten ze lucht blazen, zo zagen zij mijn organen beter maar daardoor ging ik boeren, én flink. Ik heb in mijn opvoeding geleerd om ‘sorry’ of ‘pardon’ te zeggen als ik een boer liet, dit heb ik een paar keer geprobeerd tijdens het onderzoek maar dát heb ik uiteindelijk maar opgegeven. ‘We zijn al klaar!’ riep de assistente enthousiast. Langzaam zag ik de endoscoop uit mijn keel glijden en kwamen er tranen van opluchting.. 

PDS syndroom?

Mijn arts legt uit dat de klachten kunnen komen door PDS (Prikkelbare Darm Syndroom) dit betekend dat de functie van mijn darm niet normaal reageert op het eten & drinken, daarbij ben ik eerder (veel meer) vatbaar voor infecties en/of griepjes wat mijn klachten kunnen versterken. Omdat ik veel last heb van braken, schrijft ze nog een pilletje voor en laat ze mij nog even langs het lab gaan om bloed af te geven. Owja, ik krijg opnieuw een buisje waarin ik opnieuw mijn ontlasting moet stoppen en waar het UMC dan een kweek van maakt.

We lopen hand in hand het UMC uit.
“Hoe vond je het gaan? Hoe voel je je?”
“Tja, wel oké. Ik hoef mezelf in ieder geval geen Humira meer toe te dienen”
“Ben je bang voor de gastroscopie?”
“Nog niet, dat zien we dan wel weer. Ik wil nu naar huis. Ik ben moe”

Als je denkt dat alles tegenzit. Denk dan opnieuw!

 

lepeltheorie
De ziekte van crohn &zo

De lepeltheorie!

The spoon theory is door iemand geschreven met lupus, een auto-immuunziekte. Dit verhaal kan iedereen die iets mankeert helpen om aan anderen uit te leggen hoe het nu voelt om ziek te zijn.

Hoe voelt het om ziek te zijn?

“Mijn beste vriendin en ik zaten te kletsen in een cafetaria. We aten patat met saus en zoals gewoonlijk was het al erg laat. We brachten tijdens onze studie veel tijd door in cafetaria, zoals de meeste meiden van onze leeftijd. Meestal werd er dan gepraat over jongens, muziek of gewone dagelijkse dingen die op dat moment heel belangrijk leken. We waren nooit echt serieus over wat dan ook en zaten meestal te giechelen.

Toen ik enkele van mijn medicijnen innam, samen met een snack zoals ik gewoonlijk deed, keek ze me dit keer aan met een bepaalde blik in haar ogen in plaats van door te kletsen. Toen vroeg ze me opeens, zonder aanleiding, hoe het voelde om Lupus te hebben en ziek te zijn. Ik was geshockeerd. Niet alleen omdat ze zomaar lukraak met die vraag kwam, maar ook omdat ik altijd had aangenomen dat ze alles wist wat er te weten viel over Lupus. Ze was met me mee geweest naar artsen, had me zien lopen met een wandelstok en zien overgeven in de wc. Ze had me zien huilen van de pijn: wat was er nog meer om te weten?

Ik zocht te juiste woorden.

Ik begon te ratelen over pillen, gevoeligheden en pijn, maar ze bleef volhouden en leek niet tevreden met mijn antwoorden. Ik was enigszins verrast omdat ze als mijn kamer– en studiegenoot en na een jarenlange vriendschap, alles al wist over de medische kant van Lupus. Toen keek ze me aan met de uitdrukking die elke zieke goed kent. De uitdrukking van pure nieuwsgierigheid naar iets dat iemand die gezond is niet echt kan bevatten. Ze vroeg hoe het voelde, niet lichamelijk, maar hoe het voelde om mij te zijn, om ziek te zijn. Terwijl ik mijn kalmte weer probeerde te hervinden keek ik rond op de tafel naar iets dat me kon helpen, of in ieder geval iets om tijd te rekken en na te kunnen denken. Ik probeerde de juiste woorden te vinden.

Hoe beantwoord je een vraag waar je voor jezelf nooit een antwoord op hebt kunnen vinden? Hoe leg je tot in detail uit hoe elke dag beïnvloed wordt door je ziekte? En hoe geef je het duidelijkst de emoties weer waar een ziek iemand mee worstelt? Ik had het op kunnen geven, er een grap over kunnen maken zoals ik normaal gesproken zou doen en van onderwerp veranderen, maar ik herinner me dat ik dacht: als ik het niet probeer uit te leggen, hoe kan ik dan ooit van haar verwachten dat ze het begrijpt? Als ik het niet aan mijn beste vriendin uit kan leggen, hoe zou ik dan ooit mijn belevingswereld aan iemand anders kunnen uitleggen? Ik zou het op zijn minst moeten proberen.

De lepeltherie over ziek zijn.

Op dat moment werd de “lepeltheorie” geboren. Ik pakte snel alle lepels van de tafel; sterker nog, ik pakte zelfs lepels van de andere tafels. Ik keek mijn vriendin recht in de ogen en zei: “Alsjeblieft, je hebt Lupus”. Ze keek me enigszins verbaasd aan, zoals iedereen zou doen als je ineens een waaier van lepels overhandigd krijgt. De koude metalen lepels rinkelden in mijn handen terwijl ik ze bij elkaar schoof en in haar handen duwde. Ik legde uit dat het moeten maken van keuzes en het bewust moeten nadenken bij dingen waar de rest van de wereld dat niet hoeft, het verschil is tussen ziek en gezond zijn. Gezonde mensen hebben de luxe om te kunnen kiezen, een gift die de meeste mensen als vanzelfsprekend beschouwen.

De meeste mensen beginnen de dag met een onbeperkte hoeveelheid mogelijkheden en energie om te doen waar ze zin in hebben, met name de jongeren. Over het algemeen hoeven ze zich geen zorgen te maken over de gevolgen van wat ze doen. Dus gebruikte ik lepels om dit punt duidelijk te maken. Ik had gezocht naar iets dat ze echt kon vasthouden en dat ik dan vervolgens af kon pakken omdat de meeste mensen die ziek zijn of worden een gevoel van verlies ervaren met betrekking tot het leven dat ze tot dan toe kenden. Als ik bij machte was om de lepels af te pakken zou ze weten hoe het voelt als iemand of iets, en in dit geval Lupus, die macht heeft.

Eindelijk begreep ze waar ik het over had!

Mijn vriendin pakte de lepels enthousiast vast. Ze had geen idee waar ik mee bezig was, maar was altijd in voor een geintje en ik vermoed dat ze dacht dat ik weer een soort grap maakte, zoals ik normaal gesproken zou doen als we praten over gevoelige onderwerpen. Ze had er nog geen idee van hoe serieus ik zou worden…

Ik vroeg haar om haar lepels te tellen. Toen ze vroeg waarom zei ik haar dat je, als je gezond bent, er van uit gaat dat je een oneindige hoeveelheid “lepels” tot je beschikking hebt. Maar wanneer je ineens je dagen zorgvuldig moet plannen moet je precies weten hoeveel “lepels” je hebt om van uit te gaan. Het is geen garantie dat je niet nog wat lepels onderweg verliest, maar het helpt in ieder geval om te weten waar je vanuit kan gaan.

Ze telde: 12 lepels. Ze lachte en zei dat ze er meer wilde. Ik zei nee en wist meteen toen ze teleurgesteld reageerde dat dit kleine spel zou werken. En we waren nog niet eens begonnen! Ik wil al jaren lang meer “lepels” en heb nog steeds geen manier gevonden om er meer te krijgen, dus waarom zou zij ze wel krijgen? Ik vertelde haar ook dat ze zich altijd bewust moest zijn van het aantal lepels dat ze nog had en dat ze de lepels ook niet mocht laten vallen, want ze mocht niet vergeten dat ze nu Lupus heeft en dus spaarzaam met de lepels om moet gaan.

Hoeveel lepels heb ik nog?

Ik vroeg haar naar haar lijst van activiteiten voor die dag, inclusief de allereenvoudigste. Terwijl ze haar dagelijkse taken en leuke dingen die ze te doen had afratelde legde ik uit hoe elk van deze bezigheden haar een lepel zou kosten. Toen ze meteen over het op weg gaan naar haar werk begon, onderbrak ik haar en pakte een lepel af. Ik vloog haar zowat aan. Ik zei: “Nee! Je staat niet zomaar op! Je moet je ogen openen en tot de ontdekking komen dat je te laat bent. Je hebt die nacht niet goed geslapen. Je moet uit bed kruipen en dan moet je voor jezelf iets te eten maken voordat je iets anders kan doen, want als je dat niet doet, kun je de medicijnen niet innemen en als je die medicijnen niet inneemt kun je net zo goed al je lepels voor die dag, en voor de volgende, opgeven!”

Ik pakte snel een lepel af en ze realiseerde zich dat ze nog niet eens aangekleed was. Douchen kostte een lepel, alleen maar voor het wassen van haar haren en het scheren van haar benen. In werkelijkheid zou dat wassen en scheren zo vroeg in de dag wel eens meer kunnen kosten dan die ene lepel, maar ik liet het maar gaan. Ik wilde haar niet meteen bang maken. Aankleden kostte weer een lepel.

Alles kost energie!

Ik hield haar even tegen en bracht elke kleine stap in het proces ter sprake om haar te laten zien hoe elk klein detail doordacht moet worden. Je trekt niet zomaar wat kleren aan als je ziek bent. Ik legde uit dat ik moet bekijken wat voor kleren ik daadwerkelijk kan dragen: Als mijn handen zeer doen zijn knopen uit den boze. Als ik blauwe plekken heb moet ik iets met lange mouwen dragen, als ik koorts heb moet ik een warme trui aan en ga zo maar door. Als mijn haar uitvalt heb ik meer tijd nodig om er presentabel uit te zien. En dan moet je er ook nog 5 minuten bij tellen die je nodig hebt om je boos of verdrietig te voelen omdat dit alles 2 uur heeft moeten duren.

Ik denk dat ze het door begon te krijgen toen ze theoretisch nog niet eens onderweg naar haar werk was en nog maar 6 lepels over had. Op dat moment legde ik haar uit dat ze de rest van haar dag zeer zorgvuldig moest kiezen, want als je lepels weg zijn, zijn ze ook echt weg. Soms kun je een paar lepels van de volgende dag lenen, maar besef dan hoeveel moeilijker morgen zal zijn als je al begint met minder lepels! Ik moest ook uitleggen dat iemand die ziek is altijd leeft met de dreigende gedachte dat morgen de dag kan zijn waarop je een kou vat, een ontsteking oploopt of wat dan ook dat voor jou heel gevaarlijk kan zijn. Dus je wilt de lepels niet zo verbruiken dat ze schaars worden, omdat je nooit zeker weet wanneer je ze echt nodig hebt.

Keuzes maken is een must als je ziek bent!

Ik wilde haar niet ontmoedigen, maar ik moest realistisch zijn en jammer genoeg is voorbereid zijn op het ergste een onderdeel van een normale dag voor mij. We namen de rest van de dag door en langzaam aan leerde ze dat het overslaan van een lunch haar een lepel zou kosten, net als een staanplaats in de trein, of zelfs te lang doorwerken op haar computer. Ze was gedwongen om keuzes te maken en op een andere manier over dingen na te denken. Theoretisch moest ze zelfs de keuze maken om maar geen boodschappen te doen, zodat ze die avond in ieder geval nog kon eten.

Toen we aan het einde kwamen van haar doe-alsof-je-Lupus-hebt-dag, zei ze dat ze honger had. Ik hield haar voor dat ze moest eten, maar nog slechts 1 lepel had. Als ze zelf zou koken zou ze niet meer voldoende energie hebben om de vaat te doen. Als ze uit eten zou gaan zou ze te vermoeid kunnen zijn om veilig naar huis te rijden. Toen legde ik ook nog uit dat ik niet de moeite had genomen om in dit spel te verwerken dat ze zo misselijk zou zijn dat koken waarschijnlijk toch uit den boze was. Dus besloot ze soep te maken; dat was gemakkelijk. Toen zei ik dat het pas 7 uur was. Je hebt de hele avond misschien nog maar 1 lepel over. Je kunt daarmee iets leuks gaan doen, je kamer schoonmaken of wat andere dagelijkse dingen, maar je kunt het niet allemaal doen.

Een goede voorbereiding is het halve werk!

Ik heb haar zelden emotioneel zien worden, dus toen ik zag dat ze aangeslagen en ontdaan was wist ik dat ik waarschijnlijk tot haar door was gedrongen. Ik wilde natuurlijk niet dat ze ontdaan zou zijn, maar tegelijkertijd deed het me goed dat eindelijk iemand me een klein beetje begreep. Ze had tranen in haar ogen en vroeg zachtjes: “Christine, hoe doe je het? Moet je dit werkelijk elke dag zo doen?” Ik legde haar uit dat de ene dag de andere niet was en dat sommige dagen erger waren dan andere: op sommige dagen heb ik ook meer “lepels” dan op andere. Maar ik kan het nooit achter me laten en nooit vergeten, ik moet er altijd bij nadenken. Ik gaf haar een lepel die ik stiekem achter de hand had gehouden. Ik zei eenvoudigweg: “Ik heb leren leven met een extra lepel op zak, als reserve. Je moet altijd voorbereid zijn.”

Het moeilijkste is het ‘langzamer aan’ moeten doen!

Het is moeilijk. Het aller moeilijkste dat ik ooit heb moeten leren is het langzamer aan moeten doen en niet alles te willen doen. Hier vecht ik tegen, elke dag weer. Ik haat het gevoel buitengesloten te zijn, de keuze te moeten maken tussen thuis blijven of niet de dingen te doen die ik had willen doen. Ik wilde dat ook zij die frustratie zou voelen. Ik wilde dat ze het zou begrijpen. Dat alles wat iedereen doet zo vanzelf lijkt te gaan, maar voor mij zijn het 100 kleine taken in één. Ik moet stilstaan bij het weer, mijn temperatuur die dag en alle plannen voor die dag, voor ik ook maar iets kan gaan doen. Terwijl andere mensen gewoonweg dingen kunnen doen, moet ik erbij stilstaan en plannen alsof ik een strategie ontwikkel voor een oorlog. Het verschil tussen ziek of gezond zijn zit hem in de levenshouding. Het is de wonderbaarlijke vrijheid om niet na te hoeven denken, maar gewoon te doen. Ik mis die vrijheid. Ik mis de vrijheid om nooit meer “lepels” te hoeven tellen…

Een emotioneel gesprek

Hierna waren we even emotioneel en praatten er nog even over door. Ik voelde dat ze verdrietig was. Misschien had ze het eindelijk door. Misschien realiseerde zij zich ook dat ze nooit echt en eerlijk zou kunnen zeggen dat ze het begrijpt. Maar nu zou ze tenminste niet meer zo klagen wanneer ik weer eens een avond niet mee uit eten kan, of wanneer ik nooit eens bij haar langs lijk te komen en zij altijd bij mij langs moet komen. Ik gaf haar een knuffel toen we het cafetaria uitliepen. Ik had de ene lepel nog in mijn hand en zei: “Maak je geen zorgen. Ik zie het als een zegening.  Ik ben verplicht om over alles wat ik doe na te denken. Weet je hoeveel lepels mensen dagelijks verspillen? Voor mij geen verspilde tijd, of verspilde “lepels”, ik kies er voor om mijn tijd met jou door te brengen.”

De lepeltheorie is een goede uitleg!

Elke keer sinds die avond heb ik de lepeltheorie gebruikt om mijn leven uit te leggen aan andere mensen. Mijn familie en vrienden refereren zelfs vaak aan de “lepels”. Het is een codewoord geworden voor wat ik wel en niet kan. Als mensen de lepeltheorie begrijpen lijkt het of ze mij beter begrijpen, maar ik stel me voor dat ze ook hun eigen leven ook een beetje anders beleven. Ik denk dat het niet alleen bruikbaar is om Lupus te begrijpen, maar voor iedereen met een beperking of een ziekte. Hopelijk zien ze nu niet meer zo veel van hun normale leven als vanzelfsprekend.

Ik geef zowel letterlijk als figuurlijk een stukje van mezelf als ik iets doe. Het is een onderonsje geworden. Ik sta er bekend om dat ik grappend tegen mensen zeg dat ze zich speciaal mogen voelen als ik tijd met ze doorbreng, omdat ze één van mijn lepels bezitten.